Een berijder die met een elektrische auto strandt, heeft baat bij een vaste eerste fase: veiligheid, juiste melding, passende hulp en interne regie. Een goed EV incidentprotocol fleetmanager voorkomt dat een onveilige locatie als gewoon laadprobleem wordt behandeld. Dit is een operationeel hulpmiddel, geen juridisch advies, geen responstijdnorm en geen vervanging voor instructies van hulpdiensten, alarmcentrale of voertuigfabrikant.
Direct: veiligheid gaat vóór mobiliteit
Laat de berijder eerst beoordelen of auto en inzittenden veilig staan. Op de snelweg adviseert Rijkswaterstaat om, als dat verantwoord kan, door te rijden naar een vluchthaven, parkeerplaats of tankstation. Lukt dat niet: alarmlichten aan, veilig in de berm en alle inzittenden achter de vangrail of ver in de berm laten wachten. Bij een vangrail staat de auto zo dicht mogelijk ertegenaan en stapt men bij voorkeur rechts uit.
Op een geopende spitsstrook of bij ander acuut gevaar is 112 de route. Bij een andere onveilige situatie noemt Rijkswaterstaat 0800-8002. Laat een berijder niet bij het voertuig wachten om een laadoplossing te regelen.
Escaleren, niet improviseren: bel 112 bij rook, brand, letsel of acuut verkeersgevaar. Bij zichtbare schade na een aanrijding, lekkage, een ernstige dashboardmelding, geur, sissen of opvallende warmte: zet geen mobiele noodenergie, laadpoging of eigen verplaatsing in gang, houd afstand en laat alarmcentrale of hulpdiensten volgens de actuele situatie bepalen of opschaling nodig is.
Na veiligstelling: één bruikbare incidentmelding
Zodra de berijder veilig staat, verzamelt de fleetcontactpersoon feiten, geen diagnose. ANWB Zakelijk noemt naast lage accustand onder meer een lekke band, start- of accuproblemen, laadstoring en vastzittende stekker als EV-pech. Een laadsessie die niet start is dus niet automatisch een voertuigprobleem.
Leg minimaal vast:
- exacte locatie: adres of wegnummer, hectometerpaal, rijrichting en veilige bereikbaarheidsinformatie;
- of iedereen veilig buiten het verkeersgevaar staat en of er gewonden zijn;
- kenteken, voertuigtype, resterend batterijpercentage en getoond bereik;
- letterlijke dashboardmelding, schadebeeld, rook/geur of bijzonderheden;
- wat voorafging aan het incident: laden, laadpas, laadpaal, rit of storing; en
- naam en nummer van de berijder plus het lease-, contract- of meldnummer.
Deel alleen gegevens die voor de afhandeling nodig zijn en leg het tijdstip vast.
Na de melding: volg de contractuele hulpketen
De eerste belroute is de alarmcentrale, pechhulp- of leasepartner uit het mobiliteitscontract. Bij een vermoedelijke laadpaalstoring kan de exploitant van de laadlocatie de aangewezen partij zijn. Die organisatie kan uitvragen, op afstand helpen of bepalen dat hulp ter plaatse of berging nodig is. Vraag om een incidentnummer.
Leg vast dat de berijder niet zelf onderhandelt over dekking, vervangend vervoer of aansprakelijkheid. De fleetmanager of mobiliteitsdesk controleert de contractroute. Rijkswaterstaat beschrijft dat bij snelwegincidenten weginspecteurs, hulpdiensten, bergers, pechhulpverleners en alarmcentrales samenwerken; hun veiligheidsmaatregelen hebben voorrang.
Snelle beslisregel voor escalatie
- Acuut gevaar, ongeval, rook/brand, letsel of schade: 112; volg hulpdiensten.
- Onveilige stoplocatie zonder acuut gevaar: 0800-8002 waar van toepassing, daarna contractuele pechhulp.
- Veilige plek, vermoedelijk laad- of energietekort: meld bij lease- of pechhulp.
- Veilige en geschikte situatie: beoordeel pas daarna aanvullende mobiele noodenergie.
Tijdens opvolging: geef de berijder houvast en houd regie
Checklist voor de berijder
- [ ] Breng uzelf en inzittenden in veiligheid; bel bij acuut gevaar 112.
- [ ] Deel de precieze locatie en beschrijf wat u ziet, ruikt of op het dashboard leest.
- [ ] Bel de voorgeschreven lease-, pechhulp- of alarmcentrale en noteer het meldnummer.
- [ ] Raak geen beschadigde onderdelen aan en volg aanwijzingen van hulpverleners.
- [ ] Blijf bereikbaar op een veilige plek.
- [ ] Informeer de fleetcontactpersoon alleen volgens de afgesproken meldroute.
Checklist voor de fleetmanager
- [ ] Bevestig dat veiligheid, locatie en externe meldroute zijn vastgesteld.
- [ ] Controleer of de melding wijst op energiegebrek, laadprobleem, voertuigstoring of schade — zonder zelf technische conclusies te trekken.
- [ ] Leg tijdstip, referentienummer, gekozen escalatie en contactpersoon vast.
- [ ] Stem bedrijfscontinuïteit af: klantafspraak, vervangend vervoer of planning, zonder de veilige afhandeling te doorkruisen.
- [ ] Sluit het incident pas af na terugkoppeling van de hulpketen en noteer een verbeterpunt voor het beleid.
Governance: maak de route vooraf toetsbaar
Een protocol werkt alleen met helder eigenaarschap. Wijs een proceseigenaar aan, onderhoud contact- en contractinstructies en oefen drie scenario’s: lage accustand op een veilige parkeerplaats, laadpaalstoring en onveilige snelwegstop. Leg vast wie met de leasemaatschappij communiceert en wie incidentdata evalueert. Beperk de registratie tot het noodzakelijke; laat privacy-, arbeidsrechtelijke en contractvragen zo nodig door een eigen specialist beoordelen.
Koppel de uitkomst aan preventie: was de laadpas actief, was de gekozen laadlocatie bruikbaar, was de berijder bekend met de meldroute en was de actieradiusplanning realistisch? Lees ook hoe lease- en fleetnoodhulp en de keuze tussen pechhulp of berging in dat proces passen.
EVBooster als afgebakende aanvullende optie
EVBooster is een mobiele EV-noodhulpdienst vanuit Maarssen. Wanneer een situatie veilig is en technisch mogelijk blijkt, kan EVBooster beoordelen of beperkte noodenergie kan helpen om een geschikte laadlocatie te bereiken. Het is geen volledige laadservice en vervangt pechhulp, technische diagnose of berging niet altijd.
De pilotbasis ligt in Maarssen. De actieve focus is een indicatieve geografische zone van circa 0–40 km rondom Maarssen; aanvragen in de zone van circa 40–60 km rond de basis worden alleen per situatie beoordeeld wanneer dat operationeel en commercieel logisch is. Dit is geen dekking-, beschikbaarheids-, aankomsttijd-, voertuiggeschiktheid- of laadresultaatgarantie. Locatie, verkeersveiligheid, melding, voertuig en laadlocatie bepalen of inzet verstandig is. Leasemaatschappijen en mobiliteitspartners kunnen de partnerpagina bekijken. De volgorde blijft: eerst veilig, dan de reguliere hulpketen, daarna waar passend een beoordeling van noodenergie.
